Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:163.
De wetsgeschiedenis biedt mijns inziens juist steun voor een ruime uitleg. De wetgever heeft art. 30 Wpe 2008 rechtstreeks in verband gebracht met het hoge doel van de politieke waarheidsvinding. Aan dit doel draagt in de visie van de wetgever mede bij dat de getuige kan worden gegarandeerd dat diens verklaring niet als bewijs kan dienen in een gerechtelijke procedure. Het beperken van deze garantie op de wijze zoals het hof heeft gedaan zou afbreuk kunnen doen aan deze ratio, mede omdat het door het hof geformuleerde criterium van de nauwe relatie niet erg duidelijk is, en daarom op voorhand niet duidelijk zou zijn of de verklaringen ten opzichte van een bepaalde derde wel of niet zullen kunnen worden gebruikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc, en de alinea staat in dat document op bytes 207791 tot 208589.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6fac971a81155712ecb8ede518f0a0878c3543202c48112518dc1833c8061cc | shasum -a 256