Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:164.
Ik voel geen aanvechting deze visie tot de mijne te maken. De noodzaak om een bepaald deel van een perceel af te graven om een vijver te creëren die het bestemmingsplan (ter uitvoering waarvan wordt onteigend) aldaar projecteert, behoort inderdaad niet de waarde van (alleen) dat perceelsgedeelte te drukken, omdat het egalisatiestelsel van art. 40d meebrengt dat bij de bepaling van de waarde van dat perceelsgedeelte geen rekening mag worden gehouden met de (vijver)bestemming die het bestemmingsplan juist aan dat perceelsgedeelte heeft gegeven. De kosten van die uitgraving zijn dus inderdaad te beschouwen als lasten, die uit de exploitatie van het complex zullen voortvloeien die omgeslagen moeten worden in de zin van art. 40d lid 1. Daarmee zijn echter m.i. niet op één lijn te stellen de saneringskosten die voortvloeien uit de noodzaak om een (deel van het complex uitmakend) onteigend perceel met bodemverontreiniging te saneren. Die kosten zijn het gevolg van een bijzondere negatieve eigenschap van het onteigende, en niet van de op het onteigende rustende planbestemming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12, en de alinea staat in dat document op bytes 23809 tot 24975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12 | shasum -a 256