Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:164.

Onderdeel 1.2 bestaat uit een motiveringsklacht voor het geval dat de rov. 2.3.3 en 2.3.7 aldus moeten worden begrepen dat (de rechtbank oordeelde dat) een redelijk handelend verkoper en koper van de onteigende gronden bij het bepalen van de koopprijs geen rekening zouden hebben gehouden met de lasten die samenhangen met de verontreiniging. Een dergelijke interpretatie van de bedoelde overwegingen acht ik alleronwaarschijnlijkst. De rechtbank heeft in rov. 2.3.3 geoordeeld dat bij de waardebepaling moet worden uitgegaan van de geldende woningbouwbestemmingen en dat het onteigende deel uitmaakt van een complex zodat de complexwaarde als bedoeld in art. 40d moet worden bepaald. In de rov. 2.3.7 en 2.3.8 buigt de rechtbank zich over de minderwaarde die het gevolg is van de bodemverontreiniging. Zoals het onderdeel zelf al veronderstelt, impliceert het in rov. 2.3.7 overwogene dat de rechtbank van oordeel was dat een redelijk handelend verkoper en koper wel degelijk rekening zouden houden met de verontreiniging. Het onderdeel mist dus feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12, en de alinea staat in dat document op bytes 26983 tot 28112.