Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:164.
Onderdeel 3 is gericht tegen het oordeel aan het begin van rov. 2.3.8 dat in casu niet van belang is dat Vabeog meent dat de Gemeente een verwijt treft van de verontreiniging in de onteigende percelen. Onderdeel 3.1 klaagt dat dit oordeel onjuist, althans zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is. Ter toelichting wijst het onderdeel erop dat Vabeog heeft aangevoerd dat de Gemeente naast haar percelen gelegen gronden heeft overgenomen van de Provincie en daarmee het risico heeft overgenomen voor verontreinigingen die zich van het aangekochte terrein hebben uitgebreid op terreinen van anderen. Het onderdeel stelt dat, hoewel uitgangspunt is dat de veroorzaker van verontreiniging van het perceel van een ander in een separate procedure (uit onrechtmatige daad) kan worden aangesproken en daarmee uitgangspunt is dat de vraag wie de verontreiniging heeft veroorzaakt in het kader van de waardebepaling van het onteigende niet van belang is, dat anders is in gevallen als de onderhavige. Volgens het onderdeel ligt het vanuit een oogpunt van proceseconomie voor de hand om, indien de eigenaar van het perceel dat de verontreiniging van een naastgelegen perceel heeft veroorzaakt, door onteigening ook eigenaar wordt van dit naastgelegen perceel, dit aspect mee te nemen bij het bepalen van de hoogte van de schadeloosstelling na onteigening. Ter toelichting stelt het onderdeel dat, indien komt vast te staan dat de onteigenaar aansprakelijk is voor de verontreiniging van het onteigende perceel, bij het bepalen van de werkelijke waarde geen correctie wegens de verontreiniging van het onteigende dient plaats te vinden omdat die correctie kan worden verrekend met de daarvoor uit hoofde van onrechtmatige daad verschuldigde schadeloosstelling. Doordat onteigend wordt, staat volgens het onderdeel vast dat de door de verontreiniging geleden schade (aan het onteigende) het bedrag is waarvoor zonder aansprakelijkheid van de onteigenaar een correctie zou hebben plaatsgevonden. Althans dient de rechter volgens het onderdeel in de hiervoor genoemde gevallen te motiveren waarom, ondanks het proceseconomische voordeel dat het behandelen van de aansprakelijkheidsvraag in verband met de verontreiniging oplevert, desalniettemin geen aanleiding bestaat om daarop in verband met de bepaling van de schadeloosstelling na onteigening in te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12, en de alinea staat in dat document op bytes 34315 tot 36728.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12 | shasum -a 256