Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016

Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:164.

Het gaat mij echter te ver om het onderdeel op een zo ingrijpende interpretatie van de bestreden rechtsoverweging te laten stranden. Zo’n interpretatie zou de Gemeente de mogelijkheid ontnemen om dáártegen in cassatie haar pijlen te richten. Bovendien: een van de schakels van de hierboven bedoelde redenering is dat aannemelijk zou moeten zijn dat Vabeog, de onteigening weggedacht, erin zou slagen om gezamenlijk met eigenaren van naburige percelen het Rio-Vahstalterrein te ontwikkelen en van die ontwikkeling profijt te trekken. De rechtbank heeft echter slechts op basis van de jaarrekeningen van Vabeog, die wijzen op winstgevendheid van de hele onderneming , geoordeeld dat voortzetting van die onderneming in de rede ligt, en niet onderzocht wat Vabeog zonder de onteigening met het onteigende zou hebben gedaan. De Gemeente heeft betoogd dat Vabeog het onteigende zonder onteigening zou hebben verkocht omdat zij wegens de begrenzingen van haar eigendom en de daarop gelegde bestemmingen niet in staat was om de bestemmingen zelf te realiseren. Ik kan in de bestreden overweging, en ook elders in het vonnis, geen beoordeling hiervan vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb257b024bb0ba6695f54a415fd2234b769a17965f1dc8e384186c1561421e12, en de alinea staat in dat document op bytes 51862 tot 53162.