Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:166.
Het hof is kennelijk - en niet onbegrijpelijk - niet meegegaan in het feitelijke betoog van de Fondsen dat het bovenstaande slechts gold voor een beperkt aantal engineers en dat de algemene engineers voornamelijk andere werkzaamheden hebben verricht voor andersoortige opdrachtgevers. Partijen hebben hierover tegengestelde feitelijke stellingen betrokken. Dat men over de beoordeling van deze stellingen mogelijk verschillend kan denken, maakt het oordeel van het hof nog niet onbegrijpelijk. De heren Rijpert en Smulders zijn op deze punten bevraagd door het hof. Het beoordelen van wat zij ter comparitie hebben verklaard, is voorbehouden aan het hof als feitenrechter. Anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, corresponderen de bestreden overwegingen voldoende met het proces verbaal van de getuigenverhoren om als begrijpelijk te gelden. Het feitelijke onderzoek naar hoeveel werknemers op welke werkvloer, welke werkzaamheden hebben verricht, leent zich bovendien niet voor herbeoordeling in cassatie
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d3fef3c4e678d274da3a4c8788ef1716f288a2d522db9a371c62d855793a173. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d3fef3c4e678d274da3a4c8788ef1716f288a2d522db9a371c62d855793a173, en de alinea staat in dat document op bytes 57615 tot 58767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d3fef3c4e678d274da3a4c8788ef1716f288a2d522db9a371c62d855793a173 | shasum -a 256