Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:173.

4.7.5.3. Bij zijn voorgaande oordelen heeft het Hof in aanmerking genomen dat het naar zijn oordeel voor belanghebbende, in het kader van de (winstgevendheid van haar) arbitragetransacties, ook niet noodzakelijk of relevant is te weten wie bij de aandelentransacties haar tegenpartij is. Indien en voor zover de koper van de opties en de verkoper van de aandelen zich in een minder gunstige (dividend)belastingpositie bevinden dan belanghebbende, is duidelijk dat er een ‘spread’ bestaat waarover valt te arbitreren. Indien belanghebbende de opties heeft geschreven en aldus de verkoopprijs van de aandelen ex dividend heeft vastgelegd, is voor haar ̶ bij een tevoren door haar bepaalde dividendverwachting – uitsluitend de aankoopprijs van het aandeel cum dividend van belang. Wie daarbij feitelijk de verkoopbereide tegenpartij is, kan belanghebbende onverschillig laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 91421 tot 92351.