Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:173.

Principaal middel IV houdt in dat 8:42 Awb c.q. ‘s Hofs motiveringsplicht is geschonden doordat het Hof ter zitting heeft geconstateerd dat niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd, doch desondanks niet (ambtshalve) om completering van het dossier heeft gevraagd. Uit het proces-verbaal van ‘s Hofs zitting van 18 februari 2015 volgt dat een rechterlijke uitspraak waarop de Inspecteur zich beroept – en die volgens de belanghebbende wel op rechtspraak.nl is gepubliceerd – niet in het procesdossier zit. Daarnaast ontbreken stukken over de informatie-uitwisseling met de Belgische autoriteiten. Hoewel geen expliciet verzoek is gedaan om toevoeging van die stukken aan het procesdossier, leidt de belanghebbende uit HR BNB 2015/129 en een uitspraak van Hof Amsterdam af dat het Hof de Inspecteur had moeten verzoeken het dossier aan te vullen, hem daartoe de gelegenheid had moeten bieden en bij niet-aanvulling zich had moeten beraden op het gevolg daarvan. De belanghebbende acht voorts ( principaal middel V ) art. 8:73 en art. 8:75 Awb geschonden doordat het Hof de Inspecteur niet (volledig) in de schade en de (proces)kosten heeft veroordeeld, nu sprake is van een ‘bijzondere omstandigheid’ doordat de kosten in een wanverhouding staan tot het vennootschapsbelastingbelang van de procedure, althans in wanverhouding staan tot de forfaitaire vergoeding. Het procesrisico is onevenredig bij de belanghebbende gelegd, waardoor toegang tot de (bestuurs)rechter in strijd met art. 6 EVRM wordt belemmerd. Door een forfait dat de werkelijke kosten alleen in simpele en niet-tijdrovende procedures benadert, wordt de toegang tot de rechter in alle overige zaken wezenlijk bemoeilijkt. HR BNB 2005/239 en HR BNB 2005/374 sluiten niet uit dat het forfait onder omstandigheden de toegang tot de rechter ontoelaatbaar belemmert. De belanghebbende wijst op de EHRM-zaak Airey , het arrest van uw eerste kamer HR NJ 2012/201, mijn conclusie voor HR BNB 2005/239, de BNB -noot van Feteris daarbij, en de HvJ EU-zaak D. v Belastingdienst . Art. 2(3) Besluit proceskosten bestuursrecht biedt de mogelijkheid om in bijzondere gevallen af te wijken en daarvan moet volgens de belanghebbende gebruik gemaakt worden bij onevenredige procesrisicoverdeling door een wanverhouding tussen de kosten van procederen en het procesbelang of tussen de (redelijke) daadwerkelijke kosten en het forfait.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 125570 tot 128863.