Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:173.

Als verweer tegen principaal middel II wijst de Staatssecretaris erop dat bij een stichting inbreng van eigen vermogen niet mogelijk is, waardoor de ‘andere middelen’-toets in casu vanzelf uitkomt op een vreemd-vermogenstoets. In welke vorm dat vreemde vermogen aan de belanghebbende beschikbaar wordt gesteld doet niet ter zake, zodat ook synthetische financiering onder ‘andere middelen’ valt. Aantrekking van welk vreemd vermogen dan ook leidt volgens HR BNB 1993/89 tot verlies van de vrijstelling voor pensioenlichamen. De belanghebbende heeft dit voorschrift overtreden. De Staatssecretaris wijst op Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving kader 610.206 (regelgeving voor pensioenfondsen). Ook de overige onderdelen van het tweede principale cassatiemiddel worden door de Staatssecretaris bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 138522 tot 139382.