Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016
Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:173.
In mijn noot bij HR 21 oktober 1992, nr. 27 365, ben ik evenwel - gelet op de in dat geval geldende feitelijke omstandigheden - tot de conclusie gekomen dat de aldaar wel voorkomende verwijzing naar een nevendoelstelling bij het pensioenlichaam aldus moet worden opgevat, dat het op de dekking van de aangegane pensioenverplichtingen gerichte beleggingsbeleid geen daaraan wezensvreemde werkzaamheden mag omvatten. Indien mijn conclusie daaromtrent juist is, zou de aanwezigheid van een aanzienlijk surplus-beleggingsvermogen, hetwelk niet benodigd is ter nakoming van de pensioenverplichtingen, a fortiori als een nevenactiviteit in de door mij bedoelde zin moeten worden beschouwd, zodat de subjectieve vrijstelling reeds om die reden niet zou kunnen worden verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 176139 tot 176922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc | shasum -a 256