Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:173.

De belanghebbende bestrijdt ook in middel II vooral feitelijke oordelen die niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zijn en dus in cassatie niet met vrucht bestreden kunnen worden. Zij bestrijdt voorts rechtskundig de relevantie en subsidiair ’s Hofs interpretatie van HR BNB 1993/89; mijns inziens eveneens vergeefs: dat arrest is mijns inziens (nog steeds) algemeen relevant voor de werkzaamhedentoets ex art. 3 UB Vpb en niet slechts ter zake van een mogelijk lek bij directiepensioenfondsen. ’s Hofs toepassing ervan op belanghebbendes geval komt mij voorts rechtskundig correct voor, met name met betrekking tot de invulling van de term ‘andere middelen’ (dan premiegelden en daarop verschenen depositorente). Het is op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden duidelijk dat de belanghebbende – vergeleken met de ingelegde premies en daarop behaalde depositorente – jaarlijks indrukwekkende bedragen omzet, dat zij een verbazingwekkend balanstotaal toont, dat zij haar posities minstens deels moet voorfinancieren en dat zij significant andere middelen dan premie en daarop verschenen depositorente inzet voor haar ‘zeer profijtelijke kunstje’. Hoe die andere dan premiebedragen gefinancierd zijn en of haar posities al dan niet afgedekt zijn, doet niet ter zake, zoals uit HR BNB 1993/89 blijkt. Dat een verplichting afgedekt is, wil niet zeggen dat zij er niet is, noch dat nooit afdekkingsfouten gemaakt worden. Nu blijkens HR BNB 1993/89 de wijze van financiering van die andere middelen dan premies en depositorente niet ter zake doet voor de werkzaamhedentoets, doet ook niet ter zake of sprake was van echte of synthetische leningen of van securities lending of van multiplying . Het gaat om het blote feit dat de belanghebbende belegt (of onderneemt) met significante andere middelen dan premie-inleg en de opbrengst van het parkeren van die inleg. Dat niet elk nevendoel of wezensvreemde activiteit in de weg staat aan de vrijstelling laat zich horen, maar dat heeft het Hof ook niet gezegd. ’s Hofs oordeel dat belanghebbendes werkzaamheid onvoldoende strookt met pensioenverzorging acht ik niet onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0be0dd5c2d092e28eb0ef53d5b486483f223d11dc042316b2b9d355e193e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 203870 tot 206227.