Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Onder 7.7. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:176.

Verdachten hebben de slachtoffers gepaaid met de mededeling dat hun namen zouden worden verwijderd uit de abonnementenadministraties en dat zij daarom geen nadeel van hun handelen zouden ondervinden. Voorts blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat in ieder geval [slachtoffer 2] een kwetsbare persoon was vanwege een geestelijke beperking, en dat [slachtoffer 3] kennelijk slecht met geld om kon gaan en niet zelfstandig kon wonen. Verdachten hebben de telefoons verkocht en de slachtoffers laten zitten met de kosten. Ook als de slachtoffers enige twijfel zouden kunnen hebben aan de door verdachten voorgehouden vrijwaring of als een in het vooruitzicht gestelde financiële beloning voor de slachtoffers doorslaggevend was om te doen wat verdachten vroegen, brengt dat nog niet met zich dat van het werven "door" misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie geen sprake kan zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e9c3994a906ac307a03b8211165788f52d9aa8cbb4e586580173d1a45b8fe9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e9c3994a906ac307a03b8211165788f52d9aa8cbb4e586580173d1a45b8fe9, en de alinea staat in dat document op bytes 51223 tot 52200.