Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:176.

In de onderhavige zaak is ook wat verdachte(n) aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben medegedeeld een meervoudige leugen. Verdachten hebben niet volstaan met de verzekering dat beiden geen rekeningen zouden ontvangen, maar hebben ook details gegeven over de wijze waarop zij dit zouden bewerkstelligen, te weten door inschakeling van iemand die bij de telefoonzaak werkte. Dat vaak verschillende onwaarheden, die nauw met elkaar samenhangen, nodig zijn ligt in de aard van dit oplichtingsmiddel besloten, omdat de oplichter de voorstelling van zaken die hij aan het slachtoffer voorhoudt zodanig sterk moet presenteren dat die ander daardoor bewogen wordt. Vandaar dat in de meeste gevallen flankerende en ondersteunende leugens nodig zijn om het slachtoffer zover te krijgen. In de onderhavige zaak is dat niet anders. De enkele onware bewering dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geen rekeningen zouden ontvangen is op zichzelf niet sterk genoeg om zelfs minderbegaafden over te halen. Vandaar dat een andere leugen moest worden ingeroepen om de "hoofdleugen" te versterken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e9c3994a906ac307a03b8211165788f52d9aa8cbb4e586580173d1a45b8fe9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e9c3994a906ac307a03b8211165788f52d9aa8cbb4e586580173d1a45b8fe9, en de alinea staat in dat document op bytes 24563 tot 25662.