Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:176.

Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte van een goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer (onder meer Hoge Raad 10 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1366).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e9c3994a906ac307a03b8211165788f52d9aa8cbb4e586580173d1a45b8fe9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e9c3994a906ac307a03b8211165788f52d9aa8cbb4e586580173d1a45b8fe9, en de alinea staat in dat document op bytes 36901 tot 37887.