Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Onder 5.8. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:178.

Inderdaad vergt het vierde onderdeel van het eerste lid van artikel 273f Sr niet letterlijk dat het slachtoffer daadwerkelijk wordt uitgebuit, maar slechts dat het slachtoffer door een van de genoemde middelen zich beschikbaar stelt, maar bezien tegen de achtergrond van de inhoud van onderdeel 1, dat als het ware de voorbereiding van daadwerkelijke uitbuiting op het oog heeft, lijkt het mij coherent om ook de eis van uitbuiting op enigerlei wijze aan het vierde onderdeel te verbinden. Door die middelen zal dus een uitbuitingssituatie moeten worden bewerkstelligd, met andere woorden, zal het slachtoffer ontvankelijk moeten worden gemaakt voor uitbuiting. Als de middelen enkel worden aangewend om het slachtoffer rijp te maken voor het verlenen van een enkele dienst, of de medewerking aan één criminele handeling, lijkt mij de strafrechtelijke meerwaarde van artikel 273f Sr ten opzichte van bijvoorbeeld oplichting, erin bestaande dat mensenhandel wordt gestraft met ten hoogste 12 jaar en oplichting met maximaal vier jaar, niet te verdedigen. "Zich beschikbaar stellen" lijkt mij een algemener en breder begrip dan het enkele incidentele meedoen of zwichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49ec8ffb8d0ce582282b67da63cbb4aadc362f56fb03d42d7ed0c3131cf8f0d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49ec8ffb8d0ce582282b67da63cbb4aadc362f56fb03d42d7ed0c3131cf8f0d5, en de alinea staat in dat document op bytes 50521 tot 51705.