Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:178.

Ik stel voorop dat in cassatie niet kan worden onderzocht of de feitenrechter die verdachte op grond van een feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken, terecht op dat oordeel is gekomen. Als de rechter op grond van de aan hem voorbehouden selectie en waardering van het bewijsmateriaal tot de slotsom komt dat vrijspraak moeten volgen staat voorop dat het aan die rechter is voorbehouden om, binnen door de wet getrokken grenzen, het beschikbare materiaal terzijde te stellen als hij dat voor het bewijs van geenwaarde acht. Deze beslissing is zelfs niet onbegrijpelijk als het beschikbare bewijsmateriaal, al dan niet in verband met een andere uitleg van gegevens van feitelijke aard, een andere beslissing toelaat. Wanneer evenwel de vrijspraak door de feitenrechter is gebaseerd op een onjuiste rechtskundige uitleg liggen de kaarten anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49ec8ffb8d0ce582282b67da63cbb4aadc362f56fb03d42d7ed0c3131cf8f0d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49ec8ffb8d0ce582282b67da63cbb4aadc362f56fb03d42d7ed0c3131cf8f0d5, en de alinea staat in dat document op bytes 37444 tot 38389.