Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016
Onder 5.7. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:178.
Verdachten hebben de slachtoffers gepaaid met de mededeling dat hun namen zouden worden verwijderd uit de abonnementenadministraties en dat zij daarom geen nadeel van hun handelen zouden ondervinden. Voorts blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat in ieder geval [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] kwetsbare personen waren, de eerste vanwege een geestelijke beperking, de tweede vanwege afhankelijkheid van middelen, die door verdachten ook nog eens is onderhouden. Verdachte was zich van deze kwetsbaarheid bewust. Verdachten hebben de telefoons verkocht en de slachtoffers laten zitten met de kosten. Ook als de slachtoffers enige twijfel zouden kunnen hebben aan de door verdachten voorgehouden vrijwaring of als een in het vooruitzicht gestelde financiële beloning voor de slachtoffers doorslaggevend was om te doen wat verdachten vroegen, brengt dat nog niet met zich dat van het werven "door" misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie geen sprake kan zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49ec8ffb8d0ce582282b67da63cbb4aadc362f56fb03d42d7ed0c3131cf8f0d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49ec8ffb8d0ce582282b67da63cbb4aadc362f56fb03d42d7ed0c3131cf8f0d5, en de alinea staat in dat document op bytes 44150 tot 45210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49ec8ffb8d0ce582282b67da63cbb4aadc362f56fb03d42d7ed0c3131cf8f0d5 | shasum -a 256