Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:198.

Het middel neemt terecht tot uitgangspunt dat – wanneer de voorwaarden daarvoor zijn vervuld – de verkrijging op grond van verjaring krachtens art. 3:105 BW van rechtswege plaatsvindt , hetgeen in het onderhavige geval betekent, zoals het hof ook onderkent in de tweede volzin van rov. 3.3.5 van het bestreden arrest, dat het verzoek van [eiser 1] van 5 november 1998 niet kan afdoen aan een eenmaal op dat moment voltooide verkrijging door verjaring (te zijnen gunste) en dat de gemeente geen eigenaar meer was. De klacht kan echter niet tot cassatie leiden omdat het hof in rov. 3.3.4 – in cassatie tevergeefs bestreden – heeft vastgesteld dat de gestelde wijze van gebruik van de strook door de rechtsvoorgangers van [eisers] onvoldoende was voor enig reeds door hen uitgeoefend bezit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d, en de alinea staat in dat document op bytes 58039 tot 58911.