Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:198.

De hiertegen gerichte klachten zijn tevergeefs voorgesteld, omdat het hof terecht heeft vastgesteld dat sedert de aankoop van de percelen door [eisers] in achtereenvolgens 1996, 2003 en 2009 nog geen twintig jaar was verstreken op het moment dat de gemeente in 2012 haar recht op de eigendom van de strook grond deed gelden. Dit oordeel in rov. 3.3.6 volgt op de vaststelling van het hof in rov. 3.3.4 dat de rechtsvoorgangers van [eisers] niet ten koste van de gemeente het bezit van de groenstrook hebben verkregen. De beoordeling van de vraag of [eisers] zelf na aankoop van de percelen door uiterlijk waarneembare gedragingen ondubbelzinnig bezit van de aan de gemeente in eigendom toebehorende strook hebben genomen, kan dan inderdaad – gelet op de voor verkrijgende verjaring geldende termijn van twintig jaar – achterwege blijven. Voor zover het onderdeel tot uitgangspunt neemt dat rov. 3.3.6 voortbouwt op rov. 3.3.5, faalt het bij gemis aan feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d, en de alinea staat in dat document op bytes 59850 tot 60840.