Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:198.
In de tweede plaats betoogt het middel ( ad ii ) dat het hof art. 3:113 BW op een verkeerde wijze heeft toegepast. Volgens art. 3:113 lid 1 BW neemt men een goed in bezit ‘door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen’. Door zijn in rov. 3.3.2 vervatte overweging dat [eisers] de strook grond naar buiten kenbaar ondubbelzinnig moeten hebben gehouden voor zichzelf ‘met de pretentie daarvan de rechthebbende te zijn’ , vergt het hof méér dan art. 3:113 BW van [eisers] doet. Art. 3:113 BW zelf stelt deze eis niet. De aan bezit inherente pretentie van rechthebbende wordt niet bepaald door de bedoelingen van degene die zich de feitelijke macht verschaft, maar door de toepassing van art. 3:108 BW, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d, en de alinea staat in dat document op bytes 36315 tot 37199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d | shasum -a 256