Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:198.
De klacht faalt, gedeeltelijk bij gebrek aan feitelijke grondslag. Mede gelet op zijn verwijzing naar de maatstaven van art. 3:107 e.v. BW, heeft het hof in rov. 3.3.2, anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, kennelijk niet uitsluitend bedoeld toepassing te geven aan het bepaalde in art. 3:113 (lid 1) BW. Het hof heeft in rov. 3.3.2 tot uitdrukking gebracht dat de daden van de occupant erin geresulteerd moeten hebben dat hij bezit heeft verkregen in de zin van art. 3:107 BW, anders gezegd, dat hij naar verkeersopvatting op grond van uiterlijke feiten en met tenietdoening van het bezit van de eigenaar moet kunnen worden gekwalificeerd als houder voor zichzelf (art. 3:113 lid 2 i.v.m. 3:108 BW), dat wil zeggen naar verkeersopvatting op grond van uiterlijke feiten een pretentie van het zijn van rechthebbende uitstraalt. Een en ander geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d, en de alinea staat in dat document op bytes 37209 tot 38184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d | shasum -a 256