Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:198.

Onderdeel 2 van het middel komt op tegen de wijze van beoordeling (in rov. 3.3.4 jo. 3.4.2) van de door [eisers] aangevoerde en te bewijzen aangeboden bezitsdaden (cassatiedagvaarding, nr. 4). Het klaagt dat het hof in zijn rov. 3.3.4 blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en/of een onbegrijpelijke beslissing heeft gegeven door de aldaar genoemde – in drie categorieën onderverdeelde – handelingen van (de rechtsvoorgangers van) [eisers] niet als inbezitneming te kwalificeren. Daarmee is ook het passeren door het hof van het bewijsaanbod van [eisers] in rov. 3.4.2 onjuist althans onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d, en de alinea staat in dat document op bytes 46634 tot 47315.