Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:198.
De klacht ( nr. 19 ) dat het hof in rov. 3.3.4 ten onrechte overweegt dat aan de overgelegde verklaringen van de rechtsvoorgangers van [eisers] , waaruit van de afscheidingen en het gebruik van de strook grond blijkt, geen bewijs kan worden ontleend, zal eveneens moeten falen. Het hof had immers de gestelde afscheidingen en wijzen van gebruik van de litigieuze strook onvoldoende geacht om daaruit inbezitneming te kunnen afleiden. Daarom mocht het hof in rov. 3.4.2 ook het door [eisers] ter zake gedane bewijsaanbod passeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d, en de alinea staat in dat document op bytes 54545 tot 55124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d | shasum -a 256