Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:198.

Onder verwijzing naar de in nr. 25 van de Memorie van Grieven vervatte en te bewijzen aangeboden stelling van [eisers] dat de tuin- en groenstrook al vanaf 1978 bij de [a-straat] nr. [1] was betrokken, waardoor de termijn van de bevrijdende verjaring al was verstreken voordat [eiser 1] op 5 november 1998 een verzoek tot koop bij de gemeente deed, merkt het middel op – onder meer – dat verkrijging als gevolg van verjaring van rechtswege werkt zodat (i) [eiser 1] , niettegenstaande zijn in een onjuiste veronderstelling gedane koopverzoek, op 5 november 1998 uit hoofde van zijn positie als eigenaar tevens bezitter was en bleef van de strook (nr. 23) en (ii) de gemeente op 5 november 1998 geen eigenaar meer was van de strook zodat haar vorderingen in conventie niet toewijsbaar waren en het vonnis op dit punt niet kon worden bekrachtigd (nr. 25).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cf7d74206454580192c3064602b246dcc282b14a72a0010444f85412bc9c7d, en de alinea staat in dat document op bytes 56989 tot 57959.