Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:20.
Wanneer een werkgever een redelijke grond heeft om een werknemer te ontslaan, bijvoorbeeld op grond van bedrijfseconomische omstandigheden en daarnaast schriftelijke toestemming van het UWV heeft verkregen (art. 6 BBA), kan hij de arbeidsovereenkomst met de werknemer die daar niet mee instemt opzeggen, tenzij een opzegverbod aan de orde is. Het wettelijke opzegverbod voor OR-leden was te vinden in art. 7:670 lid 4 sub 1 BW (oud). Deze bepaling stelde dat het voor de werkgever verboden is de arbeidsovereenkomst met een werknemer die lid is van een OR op te zeggen . Art. 7:670a BW (oud) voegde daaraan toe dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer die korter dan twee jaar geleden OR-lid is geweest niet kan opzeggen zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter, welke slechts wordt verleend indien de werkgever aannemelijk heeft gemaakt dat opzegging geen verband houdt met het OR-lidmaatschap .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459, en de alinea staat in dat document op bytes 14946 tot 16011.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459 | shasum -a 256