Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:20.

De rechtsverhouding tussen ondernemer en OR wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Van dat gegeven heeft de Ondernemingskamer gebruik gemaakt in een beschikking van 26 november 1987 (NJ 1989/271, m.nt. J.M.M. Maeijer, Ikon ) ter beslechting van een vennootschapsrechtelijk geschil tussen een OR en een ondernemer. Nadat de zittingstermijn van de OR was verstreken, nam de ondernemer een besluit zonder advies te vragen aan de OR. Toen de OR een procedure entameerde, voerde de ondernemer het ontvankelijkheidsverweer dat de OR ‘strikt genomen en juridisch geïnterpreteerd er niet meer is’ en daarom ook niet bevoegd was om in rechte op te treden. De Ondernemingskamer oordeelde dat indien de OR langer dan de zittingstermijn blijft zitten met medeweten en zonder bezwaren van de ondernemer, het de ondernemer niet vrij staat in het geval de OR beroep instelt zich op het standpunt te stellen dat de OR niet meer bestaat en derhalve niet in rechte kan optreden, omdat een dergelijk verweer in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459, en de alinea staat in dat document op bytes 19802 tot 20970.