Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:20.

Het lijkt mij niet onjuist of onbegrijpelijk om de achterliggende beschermingsgedachte in de specifieke omstandigheden van dit geval zwaar te laten wegen, zoals het hof kennelijk heeft gedaan (niet alleen de lusten, maar ook de lasten, zou de achterliggende gedachte kunnen zijn geweest). Het is natuurlijk legitiem om de vraag op te werpen of dit niet te ver gaat, zoals Regiobouw doet. De onaardig gezegd wat “legistische” opstelling die Regiobouw in deze procedure voorstaat en in het principaal beroep aandraagt komt evenwel enigszins artificieel voor, gelet op het zelf door haar advies vragen aan de “OR” in het kader van de reorganisatie, hoewel zij ervan op de hoogte was dat er reglementair het nodige was aan te merken op de “OR”, waartegen zij nooit bezwaren heeft gemaakt. Dat is wat het hof heeft geconstateerd. Het hof heeft het recht als het ware zo goed mogelijk bij die werkelijkheid willen laten aansluiten met behulp van het instrument van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Ik denk dat dat zo kon . De consequenties voor [verweerder] zijn, als dat anders zou zijn, (zeer) verstrekkend: vernietiging eerste opzegging vruchteloos, geen loonvordering en evenmin een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, want die is dan verjaard (terwijl vast is gesteld en in cassatie ook niet inhoudelijk wordt bestreden dat sprake is van onjuiste afspiegeling). Dat schuurt met het rechtsgevoel, omdat Regiobouw met de “OR” met [verweerder] als voorzitter is blijven samenwerken alsof er niets aan de hand was, met name in moeilijke tijden toen zij de “OR” nodig had in het kader van haar voorgenomen reorganisatie, terwijl Regiobouw van het onreglementaire karakter op de hoogte was. Het is niet vastgesteld, maar uit de feiten doemt het beeld op dat minstgenomen denkbaar is dat alle betrokkenen ervan uitgingen dat er met de rechtsgeldigheid van de OR niets aan de hand was (wederzijdse rechtsdwaling). In die situatie zijn de geschetste consequenties bij het honoreren van het standpunt van Regiobouw naar mij voorkomt te draconisch.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459, en de alinea staat in dat document op bytes 31367 tot 33537.