Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 5.2 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:20.

De klachten van het incidentele cassatieberoep lijken mij opgaan. Het gaat naar vaste rechtspraak om “ex tunc” begroting bij een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, waarbij ná ontslag intredende omstandigheden in principe buiten zicht moeten worden gelaten, tenzij daaruit aanwijzingen zijn te putten voor wat niet later dan op het ontslagtijdstip kon worden verwacht. Dat die latere omstandigheden dit inzicht ten tijde van de ontslagdatum opleveren, dient kenbaar inzichtelijk te zijn gemaakt door de feitenrechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459, en de alinea staat in dat document op bytes 41104 tot 41651.