Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:20.

Dat deze regel alleen zou gelden voor begroting van kennelijk onredelijk ontslagvergoedingen op grond van het gevolgencriterium en niet bij schending van het afspiegelingsbeginsel , zoals Regiobouw bij s.t. onder 4.4 en 4.5 aanvoert, maar [verweerder] bij dupliek in cassatie m.i. overtuigend weerlegt onder 3 t/m 10, zie ik niet. Regiobouw heeft dat ook niet anders onderbouwd, dan door erop te wijzen dat de casus uit [B/C] zag op een gevolgencriterium-zaak. Dat klopt op zich wel, maar dit arrest bevestigt de regel uit [A]/Damco waarin in rov. 3.4.5 in algemene termen wordt overwogen dat bij vergoeding van kennelijk onredelijk ontslag “ex tunc”-toetsing plaats moet vinden. Ook lagere rechtspraak en literatuur maken dit onderscheid niet . Ik zie er ook geen aansprekende reden voor om dit onderscheid te moeten maken naar gelang de grond voor kennelijk onredelijk ontslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d82bd052721508dfc3aa3eef26f84b223f4c49fd2db511ed8c4c4b74c2af459, en de alinea staat in dat document op bytes 41730 tot 42828.