Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:204.

De belastingschuldige vennootschap (een detacheringsmaatschappij) hield zich uitsluitend bezig met het uitlenen van personeel aan één zustervennootschap. De facturen zijn door de zustervennootschap slechts betaald voor wat betreft de nettolonen van het gedetacheerde personeel. De onderneming van de zustervennootschap is aldus bewust gefinancierd door de belastingschulden bij het detacheringsbedrijf steeds verder te laten oplopen. Ter zake treft de bestuurder-aandeelhouder en tevens bestuurder van beide vennootschappen - persoonlijk - een ernstig verwijt. Het hof heeft het kennelijk onbehoorlijk bestuur in dit geval erop gebaseerd dat belanghebbende wist, of redelijkerwijs had moeten begrijpen, dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat belasting- en premieschulden van de bv onbetaald zouden blijven en dat hem te dezer zake een ernstig verwijt treft (r.o. 3.3.1.). Het tweede middel komt tegen dit oordeel op door te stellen dat het hof daarbij van een onjuist criterium is uitgegaan. Van onbehoorlijk bestuur in de zin van art. 36 lid 3 IW 1990 en art. 2:138 en 248 BW kan immers slechts worden gesproken als geen redelijk denkend bestuurder - onder dezelfde omstandigheden - aldus gehandeld zou hebben (vgl. HR 7 juni 1996, nr. 15971, NJ 1996, 695, r.o. 5.3). Onder omstandigheden kan ook de redelijk denkend bestuurder ervoor kiezen (bewust en tijdelijk) belastingschulden onbetaald te laten, zo lijkt het middel voor te staan. De Hoge Raad maakt met die gedachte korte metten. Gelet op de strekking van de WBA - bestrijding van misbruik - vormt ook het opzettelijk achterwege laten van de inhouding en afdracht van verschuldigde loonbelasting en premies en het opzettelijk niet voldoen van verschuldigde omzetbelasting kennelijk onbehoorlijk bestuur (r.o. 3.3.3.). De gestelde norm lijkt eenvoudig; de ontvanger zal de ‘opzettelijkheid’ van het niet-betalen moeten bewijzen. Niet alle gevallen zullen op dat punt zo sprekend zijn als het bovenstaande.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32, en de alinea staat in dat document op bytes 120492 tot 122482.