Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:204.
Voor ontvanger en rechter een duidelijke vingerwijzing dat bij een effectieve aansprakelijkstelling onderzocht moet zijn/worden of de aansprakelijk te stellen persoon wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat belasting- en premieschulden van de vennootschap (het lichaam) onbetaald zouden blijven. Laat men dit na, dan is sprake van een onjuiste rechtsopvatting. Een constatering dat een ‘belanghebbende er bewust voor heeft gekozen en blijkbaar nog steeds voor kiest om de concurrente crediteuren wel en de belastingdienst niet te betalen, dat de belastingschulden structureel oplopen, terwijl het saldo van de concurrente crediteuren steeds minimaal is en dat uit de overgelegde bankafschriften bovendien blijkt dat aan andere crediteuren, waaronder gelieerde bv’s, wel wordt betaald, waardoor het er op neer komt dat de onderneming van de bv in feite door de belastingdienst wordt gefinancierd’, is een onvoldoende toets. Het moet dus meer zijn. Hoeveel meer?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32, en de alinea staat in dat document op bytes 126952 tot 127982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32 | shasum -a 256