Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016

Onder 4.24 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:204.

Art. 36 lid 3 IW 1990 bepaalt dat de bestuurder bij een rechtsgeldige melding aansprakelijk is als aannemelijk is dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Kennelijk wil in dit geval zeggen ‘goed waarneembaar, duidelijk, klaarblijkelijk’. Volgens de wetgever brengt de toevoeging ‘kennelijk’ tot uitdrukking dat er geen twijfel mag bestaan ten aanzien van het onbehoorlijke karakter van het bestuur (Kamerstukken 1983/84, 16350, nr. 12, p. 17). Van onbehoorlijk bestuur is sprake als het bestuur onder de maat is van hetgeen in vergelijkbare omstandigheden van een bestuur dat zijn taak goed verstaat mag worden verwacht. Soortgelijke bewoordingen zijn ook opgenomen in art. 36.4.1 van de Leidraad Invordering 2008.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32, en de alinea staat in dat document op bytes 129661 tot 130406.