Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Onder 4.24 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:204.
De civiele kamer van de Hoge Raad oordeelt in HR 12 juni 1998, NJ 1998/727, dat het onrechtmatig is om de vordering van een schuldeiser bewust en op basis van subjectieve factoren te bevoordelen boven de vordering van een andere schuldeiser. Dat geldt temeer indien de schuldenaar weet of behoort te weten dat bij voldoening van de ene vordering niets resteert voor de betaling van de andere vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32, en de alinea staat in dat document op bytes 130416 tot 130832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32 | shasum -a 256