Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Onder 4.28 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:204.
7. Formeel rust evenwel op grond van de belastingwetgeving nog wel op de bestuurder de verplichting om namens een failliete BV een aangifte loonheffing en/of omzetbelasting te doen na het uitspreken van het faillissement. Vanwege de hiervoor geschetste wettelijke regeling in de Faillissementswet zal mijns inziens echter niet snel een situatie ontstaan waarin geoordeeld kan worden dat de bestuurder na inlevering van de administratie bij de curator na faillietverklaring nog kennelijk onbehoorlijk bestuur pleegt. Kennelijk onbehoorlijk bestuur vergt immers dat de ontvanger bewijst dat geen redelijk denkend bestuurder onder de gegeven omstandigheden (en in het licht van de regeling van bevoegdheden in de Faillissementswet) aldus gehandeld zou hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32, en de alinea staat in dat document op bytes 143576 tot 144345.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32 | shasum -a 256