Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Onder 4.28 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:204.
8. Begrijp ik r.o. 2.5 goed, dan geeft de Hoge Raad daar – in een mijns inziens nogal cryptische formulering – aan dat er toch een bestuurdersaansprakelijkheid voor kort voor of na faillietverklaring ontstane schulden op de voet van art. 36 Invorderingswet 1990 kan ontstaan, indien de ontvanger bewijst dat de bestuurder de curator op kennelijk onbehoorlijke wijze in een positie heeft gemanoeuvreerd waarin die curator niet aan betalingsverplichtingen ter zake de loonheffing en/of omzetbelasting jegens de ontvanger kan voldoen. Aldus kan dan toch causaliteit worden bewezen, als er zonder het kennelijk onbehoorlijk gedrag van de bestuurder aantoonbaar wel betalingsmogelijkheden zouden zijn geweest. Als de Hoge Raad dit bedoelt, kan ik mij ook vinden in dit oordeel in r.o. 2.5 van de Hoge Raad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32, en de alinea staat in dat document op bytes 144355 tot 145173.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32 | shasum -a 256