Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Onder 4.34 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:204.
Interessante uitspraak van Hof Den Bosch. Zoals vaker in het leven van een onderneming was ook hier het einde naderend. Wat te doen? In dit geval werd ervoor gekozen om de onderneming toch voort te zetten. De belastingschulden die voortvloeiden uit de voortgezette bedrijfsvoering werden echter niet voldaan. De gelden die nog gegenereerd werden, kwamen geheel ten goede aan de bank. De bank laat zich niets gelegen liggen aan het feit dat een preferente crediteur als de fiscus onbetaald bleef. Wat daar maatschappelijk en rechtens ook van zij - het hof laat zich niet erover uit - duidelijk wordt wel dat de bestuurder deze keuze niet ongestraft kan maken. Er is immers sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur als de bestuurder de onderneming voortzet en wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat belastingschulden opgeroepen door de voortgezette bedrijfsvoering, onbetaald zouden blijven. Door het toegeven aan de druk van de bank, zonder daarover met de ontvanger in gesprek te gaan om zeker te stellen dat de ontvanger in ieder geval (deels) zou worden voldaan, acht het hof kennelijk onbehoorlijk bestuur aanwezig. Zowaar een opsteker voor de ontvanger in zijn ratrace met de banken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32, en de alinea staat in dat document op bytes 152003 tot 153248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eda49902933af15402312c4c9d5951ccae0287b1baf26d5f542156500c764c32 | shasum -a 256