Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016
Onder 6.18 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:223.
In de arresten HR BNB 2009/273 en HR V-N 2009/33.24 oordeelde de Hoge Raad daarover dat bij de berekening welke rest-bpm is begrepen in de waarde van de referentieauto, de inkoopwaarde van de referentieauto als uitgangspunt dient te worden genomen. De basis voor die berekening is dus niet de verkoopwaarde voor een handelaar van vergelijkbare reeds geregistreerde auto’s, maar de inkoopwaarde van die auto's voor een handelaar. Ik citeer uit punt 3.3. in HR BNB 2009/273 (met mijn cursivering):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e42fde63a1a59b44c5e0f295db048cb4c1d94d701a755d50d16858e90269ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e42fde63a1a59b44c5e0f295db048cb4c1d94d701a755d50d16858e90269ec, en de alinea staat in dat document op bytes 62608 tot 63415.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39e42fde63a1a59b44c5e0f295db048cb4c1d94d701a755d50d16858e90269ec | shasum -a 256