Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016

Onder 7.10 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:223.

Indien een belastingplichtige het niet eens is met de eigen voldoening op aangifte, kan hij tegen de voldoening rechtsmiddelen aanwenden (artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 26, lid 2, en artikel 26, lid 1, onderdeel b, Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)). Ingevolge artikel 6:4 van de Awb worden aan het bezwaar- en beroepschrift bepaalde minimumeisen gesteld, waaronder de eis dat daarin de gronden van het bezwaar of beroep worden vermeld. In bezwaar en beroep kan de belastingplichtige aldus aanvoeren om welke reden hij zich (bij nader inzien) niet kan verenigen met de op aangifte voldane belasting. Belanghebbende heeft voor het eerst in beroep de thans nog in geschil zijnde ‘btw/marge’-kwestie aangeroerd. Het ligt dan op haar weg de voor het nadere standpunt benodigde gegevens aan te dragen. Dat heeft zij gedaan (zie punt 7.3 van deze conclusie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e42fde63a1a59b44c5e0f295db048cb4c1d94d701a755d50d16858e90269ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e42fde63a1a59b44c5e0f295db048cb4c1d94d701a755d50d16858e90269ec, en de alinea staat in dat document op bytes 106422 tot 107330.