Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016

Onder 6.3. Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:223.

In de parlementaire geschiedenis (Wet van 22 december 2011,33004, Stb 2011, nr. 640) tot wijziging van enkele belastingwetten is met betrekking tot de aanpassing van de Wet BPM met ingang van 1 januari 2012, in de nota van wijziging opgenomen: “(...) De Belastingdienst wordt sinds kort echter regelmatig geconfronteerd met de situatie, dat bij de aangifte een realistisch afschrijvingspercentage wordt toegepast op basis van de forfaitaire tabel, een koerslijst of een solide taxatie, maar in de bezwaar- en beroepsfase alsnog een hogere afschrijving wordt geclaimd aan de hand van gegevens die bij de oorspronkelijke aangifte niet zijn gebruikt. Binnen de opzet van de BPM-heffïng is het niet mogelijk een dergelijke claim achteraf te beoordelen op juistheid. De auto is inmiddels in gebruik genomen en uit het zicht van de inspecteur. Bovendien zou schouwen van de auto geen zin meer hebben, omdat de afschrijving op het moment van registratie bepalend is en niet de afschrijving op een later tijdstip. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e42fde63a1a59b44c5e0f295db048cb4c1d94d701a755d50d16858e90269ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e42fde63a1a59b44c5e0f295db048cb4c1d94d701a755d50d16858e90269ec, en de alinea staat in dat document op bytes 26327 tot 27357.