Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016

Onder 6.34 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:224.

Uit de jurisprudentie van het HvJ volgt dat de vraag of goederen soortgelijke eigenschappen vertonen en aan dezelfde behoeften voldoen (en daardoor met elkaar concurreren), moet worden beoordeeld vanuit het gezichtspunt van de verbruiker. De gebruiksmogelijkheden zijn bepalend. De btw-status van de auto is naar mijn mening – vanuit verbruikersoogpunt – geen eigenschap of kenmerk van de auto. Een verbruiker kan niet aan de auto zien dat sprake is van een btw-auto of een marge-auto. Ook kan hij dat niet ervaren als hij de auto gebruikt. De fysieke en functionele eigenschappen van de auto, of het nu en btw-auto of een marge-auto betreft, zijn gelijk. Enkel diegene die kennis heeft van de btw-historie van de auto, kan uitsluitsel geven over de vraag of sprake is van een btw-auto of marge-auto. Die fiscale historie hangt immers samen met de keuze die voorgaande kopers al dan niet hebben gemaakt (of hebben kunnen maken) met betrekking tot de in rekening gebrachte btw. Daarbij is van belang op te merken dat een auto in nieuwstaat altijd een btw-auto is. De dealer verkoopt de auto immers steeds met berekening van btw over het totale bedrag dat ter zake van de levering in rekening wordt gebracht. Indien deze btw-auto vervolgens enkel wordt verhandeld tussen ondernemers als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 met recht op aftrek, blijft de auto een btw-auto. Wordt de (gebruikte) btw-auto op enig moment aan een koper geleverd die niet de hoedanigheid van btw-ondernemer heeft of die de auto voor niet-aftrekgerechtigde prestaties gebruikt (hierna: een particulier), verliest de auto na die levering de status van btw-auto. Bij een opvolgende levering aan een handelaar/wederverkoper , kan die handelaar op de levering die hij met de auto verricht de margeregeling toepassen. Diezelfde auto wordt als gevolg van de tussenkomst door een particulier ‘op slag’ minder waard (de inkoopwaarde van een marge-auto ligt immers lager dan de inkoopwaarde van ‘dezelfde’ btw-auto) . De btw-status van de auto lijkt dus op het eerste gezicht aan de auto te ‘kleven’, maar uit het voorgaande volgt dat deze in wezen kleeft aan de (hoedanigheid van de) personen die die auto verhandelen (aftrekgerechtigde ondernemer of niet). Dit brengt mij tot de conclusie dat marge-auto’s en btw-auto’s gelijksoortige auto’s zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e588331efc7d2cf1e591e267a8a484e13d132908521fa9438c658cda56e95f30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e588331efc7d2cf1e591e267a8a484e13d132908521fa9438c658cda56e95f30, en de alinea staat in dat document op bytes 76216 tot 78843.