Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016
Onder 6.20 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:224.
Er moet met andere woorden worden aangesloten bij de laagst mogelijke prijs waarvoor de referentieauto kan worden aangeschaft. De Hoge Raad vermeldt in deze arresten niet op welke jurisprudentie van het HvJ hij zijn oordeel baseert dat van de ‘inkoopwaarde voor een handelaar’ moet worden uitgegaan. De achterliggende gedachte is waarschijnlijk geweest dat alleen als wordt aangesloten bij de laagst denkbare waarde, kan worden gewaarborgd – zoals de anti‑discriminatiebepaling verlangt – dat op een uit een andere EU-lidstaat afkomstige gebruikte auto niet meer bpm drukt dan op een reeds in Nederland geregistreerde auto die een Nederlandse handelaar inkoopt. De Hoge Raad blijft met deze beslissing dus aan de veilige kant. De inkoopwaarde voor de handelaar is immers in het algemeen de laagst denkbare waarde waarvoor een auto kan worden aangeschaft, zodat dan rekening wordt gehouden met een maximale waardevermindering (en discriminatie is uitgesloten). Ik heb mij echter afgevraagd of dit oordeel volgt uit de rechtspraak van het HvJ en merk daarover het volgende op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e588331efc7d2cf1e591e267a8a484e13d132908521fa9438c658cda56e95f30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e588331efc7d2cf1e591e267a8a484e13d132908521fa9438c658cda56e95f30, en de alinea staat in dat document op bytes 53666 tot 54765.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e588331efc7d2cf1e591e267a8a484e13d132908521fa9438c658cda56e95f30 | shasum -a 256