Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:23.

Art. 6:217 lid 1 BW geeft de (gewone) wijze van totstandkoming van overeenkomsten weer: door een aanbod en de aanvaarding daarvan. De wet kent geen definitie van het begrip aanbod. Om te bepalen of sprake is van een volledig aanbod, zal de betreffende verklaring moeten worden uitgelegd. De bewoordingen zijn niet (altijd) doorslaggevend. De bedoelingen van de ‘aanbieder’ en het daarmee opgewekte gerechtvaardigde vertrouwen van de geadresseerde spelen een rol. De inhoud van een aanbod wordt bepaald aan de hand van de wilsvertrouwenleer (art. 3:33-35 BW), omdat deze zich niet leent voor beantwoording los van de bedoeling van partijen en de zin die partijen over en weer aan de verklaringen of gedragingen van hun wederpartij mochten toekennen onder de gegeven omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fe70b25ff91f7e6f16a77311253e304c156b39ad8ca6e33dcb1ac88ede84abf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fe70b25ff91f7e6f16a77311253e304c156b39ad8ca6e33dcb1ac88ede84abf, en de alinea staat in dat document op bytes 28893 tot 29754.