Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:23.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat het mogelijk is dat nadere vaststelling van de inhoud van verbintenissen bij een overeenkomst aan een derde wordt opgedragen of aan een van de partijen wordt overgelaten. Degene aan wie deze nadere vaststelling is opgedragen/overgelaten, zo wordt daar opgemerkt, moet te goeder trouw zijn, dus te werk gaan met inachtneming van wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Er is dan mogelijk sprake van voldoende bepaaldheid, omdat ‘de partijen hebben afgesproken hoe deze vaststelling zal geschieden’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fe70b25ff91f7e6f16a77311253e304c156b39ad8ca6e33dcb1ac88ede84abf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fe70b25ff91f7e6f16a77311253e304c156b39ad8ca6e33dcb1ac88ede84abf, en de alinea staat in dat document op bytes 33326 tot 33963.