Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:23.
Ik bepleit dat de klachten van deze subonderdelen zouden moeten falen. We hebben gezien dat in rov. 3.8 dragend is dat geen afweging mogelijk is tussen afkopen en jaarlijkse canonbetalingen vanwege ontbrekende toelichting hoe de korting inwerkt op de afkoopsom, zodat over het geheel genomen per saldo geen bepaalbaar aanbod is gedaan (allemaal op basis van de op zich niet ter discussie staande grondwaardebepaling door de Gemeente). Ik geef de Gemeente graag toe dat de motivering van het hof hier best duidelijker had gekund, maar wat het hof hier bedoelt (zo men wil: de zich opdringende achterliggende gedachte van die kernoverweging), lijkt mij zonneklaar. Wanneer er geen bepaalbaar aanbod is gedaan volgens het hof, kan dat ook niet door [verweerster] zijn aanvaard (geheel of gedeeltelijk), met als resultaat dat zij nog de mogelijkheid heeft van vaststelling van de nieuwe grondwaarde door drie deskundigen (welke vaststelling in 82% van de Amsterdamse gevallen gunstiger uitvalt voor de erfpachter in de vorm van (uiteindelijk) een lagere nieuwe canon). Het hof heeft juist geen deelovereenkomsten willen zien ontstaan over grondwaarde of [verweerster] ’ eerdere aanvaarding niet op basis van afkoopsom, maar van jaarlijkse canonbetalingen. Dat had het hof misschien nog wat duidelijker uit kunnen schrijven. Maar de lijn van de subonderdelen 2.3 en 2.4 kwalificeer ik toch uiteindelijk als het strooien van zand in de redeneermachine van het hof. De gedachte dringt zich meteen op dat het hof heeft bedoeld dat met het wegvallen van het aanbod voor de nieuwe canon in juridische zin alles weer open zou liggen, met name de eventuele route voor [verweerster] naar de drie deskundigen om de grondwaarde vast te stellen. Die evidente consequentie van de kernoverweging van het hof – nogmaals: algehele onbepaaldheid van het aanbod, doordat bij gebreke van inzicht hoe de korting doorwerkt op de afkoopsom (ook al ligt de door [verweerster] bepleite visie van 40% korting op de genoemde afkoopsom misschien niet aanstonds voor de hand, zeg ik er meteen bij) geen afweging valt te maken tussen jaarlijkse betaling of afkoop ineens – is dat dan ook geen overeenstemming kan zijn bereikt over deelaspecten. Anders gezegd: dat is zo vanzelfsprekend, dat het hof niet gehouden was dat nog nader uit te spellen. Ik meen dat de klachten hierop stuk zouden moeten gaan. De stelling van de Gemeente bij s.t. onder 39 dat een aanbod met verschillende keuzemogelijkheden bij onbepaaldheid van één element “in beginsel” er niet toe kan leiden dat het hele aanbod onvoldoende bepaalbaar is, doet daar onvoldoende aan af, zo al juist, omdat het hof klaarblijkelijk de bijzondere omstandigheden van het geval in zijn oordeel betrekt, die aan dit uitgangspunt, zo al juist, naar het feitelijk oordeel van het hof afbreuk doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fe70b25ff91f7e6f16a77311253e304c156b39ad8ca6e33dcb1ac88ede84abf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fe70b25ff91f7e6f16a77311253e304c156b39ad8ca6e33dcb1ac88ede84abf, en de alinea staat in dat document op bytes 47928 tot 50771.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fe70b25ff91f7e6f16a77311253e304c156b39ad8ca6e33dcb1ac88ede84abf | shasum -a 256