Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Onder 6.3. Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:234.

Verdachte is op drie opeenvolgende dagen met medeverdachte [betrokkene 4] bij de woning van aangever langsgegaan om het slachtoffer angst in te boezemen; bij afwezigheid van de bewoners hebben zij bij het tweede bezoek op zaterdag 25 januari 2014 een bloembak verplaatst, kennelijk bedoeld om hun bezoek daarmee naderhand kenbaar te maken. Verdachte was erbij aanwezig toen op zondag 26 januari 2014 zowel bij de woning van aangever als in de daarop volgende telefoongesprekken met aangever dreigende uitlatingen zijn gedaan en vervolgens om een geldbedrag is verzocht. Hierdoor is er naar het oordeel van de rechtbank een bedreigende situatie gecreëerd. Het verweer van de verdediging dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van een poging tot afpersing, dient naar het oordeel van de rechtbank te worden verworpen daar verdachte zich op geen enkele wijze heeft gedistantieerd en zijn aanwezigheid de bedreigende situatie en bedreigende uitlatingen extra kracht hebben bijgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e15ec8446275b26cf14783e808cdddbf576b36bfa85708f2e77a0ab44820aaef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e15ec8446275b26cf14783e808cdddbf576b36bfa85708f2e77a0ab44820aaef, en de alinea staat in dat document op bytes 75207 tot 76222.