Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Onder 6.3. Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:234.

Getuige [betrokkene 3] , de huishoudelijke hulp van aangever [betrokkene 1] en zijn echtgenote [betrokkene 2] , was op vrijdag 24 januari 2014 in de woning aan de [a-straat 1] in Harmelen. Toen zij halverwege op de trap liep, zag zij twee mannen voor het raam van de woonkamer aan de voorkant van het huis, staan. (...) De mannen zagen haar op de trap staan en besloten toen aan te bellen. Zij deed direct de deur open. (...) Toen zij de deur open deed schrok zij eigenlijk gelijk. De mannen zagen er onguur uit.(...). Zij had na het openen van de deur het volgende gesprek. Dader 2: “Waar zijn ze? Ik kom geld brengen” (...) Zij wilde zich omdraaien om naar binnen te lopen om een papiertje te pakken en het op te schrijven. Zij voelde de deur tegen haar aangeduwd worden. De man had de deur opengeduwd om naar binnen te gaan. De andere man kwam er direct achteraan. (...) Dader 2: “Ik kom met etenstijd wel terug want dan zullen ze er zeker wel zijn” Zij: “Kan ik nog doorgeven wie er geweest zijn? ’’Dader 2: “Zeg maar dat [betrokkene 7] geweest is”. Beide mannen keerden om en liepen het huis uit. Zij zijn beiden niet verder de woning in geweest dan de hal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e15ec8446275b26cf14783e808cdddbf576b36bfa85708f2e77a0ab44820aaef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e15ec8446275b26cf14783e808cdddbf576b36bfa85708f2e77a0ab44820aaef, en de alinea staat in dat document op bytes 63170 tot 64363.