Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 2.4.1 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:235.

Deze klacht strandt op het volgende. In het gegeven dat voor een duurovereenkomst, in de opzegging waarvan noch bij wet noch bij overeenkomst is voorzien, geldt dat deze in beginsel opzegbaar is, ligt besloten dat voor het kunnen aannemen van het tegenover-gestelde nl. dat de overeenkomst ‘nimmer’ opzegbaar is – d.w.z niet opzegbaar zolang GNR voort bestaat –, gronden aanwezig moeten zijn die duidelijk op deze onopzegbaarheid wijzen. Er is dan immers sprake van een vergaande afwijking van wat in beginsel rechtens geldt. De Provincie c.s. hebben zich primair op het standpunt gesteld dat de Participanten-overeenkomst een overeenkomst is die niet voor opzegging vatbaar is, zolang GNR voort bestaat. Zoals zojuist opgemerkt, zal om tot een dergelijke uitleg van de overeenkomst te kunnen concluderen gebleken moeten zijn van gronden die duidelijk een dergelijke conclusie kunnen dragen. ( ) Dat is wat het hof beoogt tot uitdrukking te brengen met de passage dat aan de uitleg van de Provincie c.s. dat de participatie-overeenkomst nooit of te nimmer opzegbaar zou zijn, hoge eisen zijn te stellen. Daarmee geeft het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11a1ae437e415884d730aff9b37945abfbc9eb031353b8dc8a058d0ebe6733f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11a1ae437e415884d730aff9b37945abfbc9eb031353b8dc8a058d0ebe6733f, en de alinea staat in dat document op bytes 21644 tot 22963.