Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:235.
Zoals al opgemerkt, is bij onderdeel 2 ervan uit te gaan dat de Participantenovereenkomst in beginsel opzegbaar is. Het oordeel in hoeverre de aard en inhoud van de overeenkomst en de verdere omstandigheden van het geval meebrengen dat nadere eisen zijn te stellen aan de opzegging wat betreft het gewicht van de opzeggingsgrond, de in acht te nemen termijn en de eventuele gehoudenheid tot betalen van een schadevergoeding, vormt verder – cassatietechnisch gezien – een oordeel met een sterk feitelijk karakter. Dit laatste brengt mee dat de ruimte van toetsing in cassatie van ’s hofs oordeel dat Amsterdam de Participantenovereenkomst tegen 1 januari 2017 heeft kunnen opzeggen zonder daarnaast nog gehouden te zijn om aan de overige Participanten een (schade)vergoeding te betalen, beperkt is. Mede vanwege de zojuist genoemde factoren – opzegbaarheid vormt het uitgangspunt en ’s hofs oordeel draagt een sterk feitelijk karakter – komen de hiervoor in 2.7 als tweede genoemde klachten uiteindelijk toch niet gegrond voor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11a1ae437e415884d730aff9b37945abfbc9eb031353b8dc8a058d0ebe6733f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11a1ae437e415884d730aff9b37945abfbc9eb031353b8dc8a058d0ebe6733f, en de alinea staat in dat document op bytes 34227 tot 35278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a11a1ae437e415884d730aff9b37945abfbc9eb031353b8dc8a058d0ebe6733f | shasum -a 256