Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:235.

In onderdeel 2 wordt aangevoerd dat het hof ten onrechte heeft nagelaten een oordeel te geven over de reconventionele vordering van Amsterdam tot terugbetaling van de proceskosten in eerste aanleg. Dit onderdeel slaagt, indien het principaal cassatieberoep geen doel treft. Het hof heeft in rov. 2.9 van het arrest de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep gecompenseerd. Dat oordeel dat door geen van de beide partijen in cassatie is bestreden, brengt mee dat de door Amsterdam op grond van het vonnis van de rechtbank aan de Provincie c.s. betaalde proceskosten onverschuldigd zijn voldaan. Amsterdam heeft in de appeldagvaarding (sub III van het petitum) en in de memorie van grieven (sub 3 van het petitum) terugbetaling gevorderd van de door haar op grond van het vonnis onverschuldigd betaalde bedragen. Gelet op hetgeen het hof in rov. 2.9 van het arrest heeft geoordeeld, had de vordering van Amsterdam tot terugbetaling, voor zover betrekking hebbende op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg, toegewezen moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11a1ae437e415884d730aff9b37945abfbc9eb031353b8dc8a058d0ebe6733f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11a1ae437e415884d730aff9b37945abfbc9eb031353b8dc8a058d0ebe6733f, en de alinea staat in dat document op bytes 39724 tot 40779.