Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:238.
Een deel van de bezwaren tegen een ruim toepassingsbereik van de titel heeft te maken met een kritische houding tegenover payrolling . Hoewel onder die vlag diverse schepen varen, is de grondtoon van die kritiek dat dit vaak een onwenselijke constructie is om werkgeversverplichtingen te omzeilen. Dan kan het niet de bedoeling zijn dat ook nog eens aanspraak gemaakt zou kunnen worden op het verlichte ontslagregime uit art. 7:691 BW. Dat argument kan men ook hanteren voor andere driehoeksarbeidsrelaties met terbeschikkingstellingselement die uitstijgen boven traditioneel uitzendwerk (“ziek en piek”). Met de Wet werk en zekerheid is in dat opzicht op een aantal punten bijgestuurd. In de Ontslagregeling is een aantal regels opgenomen die payrollwerknemers met betrekking tot ontslag in een vergelijkbare positie brengt als de reguliere werknemers van de opdrachtgever.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75, en de alinea staat in dat document op bytes 61117 tot 62107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d8990cc45bb8f4878f8dbf201d3cab4b6ec9ea39c22f49f4fe52b1f76360e75 | shasum -a 256